Umami

11
sep

Umami

De uiterst grappige en inmiddels ook uiterst dode schrijver Douglas Adams bracht ooit een humoristisch woordenboekje uit. Daarin stonden termen voor dingen die we wel kennen maar waar geen woorden voor zijn. De meeste van die dingen benoemde hij met een Engelse plaatsnaam. Er zijn immers zoveel gehuchten die niemand kent of wil kennen. En de naam van zo’n plek doet niet veel meer dan rondhangen op een plaatsnaambord. 

Tijd dus, vond Adams, om die namen van hun borden af te halen en in de monden van echte taalgebruikers, die best baat zouden hebben bij wat extra zeggingskracht voor het onuitgedrukte. 

En handig dat het is. 

Zo val ik zelf het beste in slaap als ik af en toe aandacht besteed aan mijn Abilene. (De prettige koelte aan de andere kant van het kussen.) 

En nog veel meer woorden, niet allemaal even zinvol maar wel degelijk onderdeel van ons bestaan.

Bijvoorbeeld:

“Het versleten stukje grond onder een schommel” (Abruzzo

Of, wellicht wat minder algemeen:

“De onherroepelijke, stevige scheet gelaten in koninklijk gezelschap, die heel erg klinkt als een voorbijscheurende brommer, maar onvoldoende om ermee verward te worden.” (Berepper)

Als je een man bent, dan ben je zeker weleens onderdeel geweest van een Dorchester: “Een cluster verveelde, in stilte razende en mild beschaamde mannen in een kledingwinkel, die wachten tot hun vrouw het pashokje uitkomt.”

En sommigen van ons herkennen zich vast in de Boinka: “Het geluid dat je door de muur heen hoort, dat je duidelijk maakt dat het koppel in de andere kamer een veel beter seksleven heeft dan jij.”

Ook in de culinaire wereld, en hiermee verlaten we Douglas Adams en zijn Engelse plaatsnamen, hebben we sinds enige jaren een nieuw woord voor een algemeen gedeelde ervaring. Dat is bijzonder. Want ging het niet om zomaar iets, maar om de ontdekking van een geheel nieuwe smaak: Umami. 

De vijfde smaak

Stel je voor, duizenden jaren zijn we ervan uitgegaan dat we alleen maar de vier smaken Zoet, Zuur, Zout en Bitter konden proeven. En ineens komt er een Japanner die iets anders proeft. Die fijnproevende professor benoemde umami al in 1908 maar het heeft nog tot 1985 moeten duren voordat er werd ontdekt dat wij mensen op onze tong een heuse receptor voor deze smaak hebben. 

Ik vind het altijd apart om er achter te komen dat de mens speciale receptoren heeft voor dingen. Zo kennen we bijvoorbeeld ook cannabinoïde-receptoren, receptoren voor (onder andere) stoffen in wiet. Alsof we gemaakt zijn om te blowen. 

Of cryptochroom, eiwitten in onze ogen met magnetische eigenschappen die ons in staat stellen het magnetische veld van de aarde waar te nemen. Daarmee kun je je, als je het ontwikkelt, orienteren op de Noordpool.

En dus umami, de vijfde smaak.

Hoe proeft een smaak?

Hoe smaakt umami dan, vraag je je misschien af? Ja, daar vraag je zo wat.

Hoe smaakt zoet? 

Naar aardbeien? Naar gummyberen? Naar kerstkransen? Naar wortel?

Zoet is wat al die dingen gemeen hebben, maar als je ze niet kent dan is het lastig uitleggen.

Dat is omdat er aan onze smaakbeleving meer componenten zitten dan alleen smaak. Er is ook nog zoiets als aroma (je neus dus) dat bepaalt hoe iets proeft. En zelfs hoe het eruit ziet speelt tot op zekere hoogte een rol. 

We kunnen wel naar dingen wijzen. 

Umeboshi pruimen bijvoorbeeld, een soort Japanse pruim, zijn een goed voorbeeld van umami, vandaar de naam ook. 

Umami betekent in het Japans ‘prettige, hartige smaak’. En veel Oosterse producten zijn umami, zoals sojasaus en vissaus. Maar ook groenten als spinazie en tomaten, en zelfs groene thee, hebben een umami-component.  

Deze nieuwsbrief gaan we aan de slag met pruimen, geen Japanse maar gewone Hollandse, en die bestrooien we met umami zonnebloempitten. Verder vind je aan het einde weer mijn workshop-aankondigingen.

Ik wens je een fijn herfstbegin, het wachten is nu op Brithdir:

“(Oud Noors) de eerste koude dag waar je adem zichtbaar condenseert als je naar buiten gaat.” 

The Vegetable Chef

Zonnebloempitten

Het oogstseizoen is net geweest en bij de verse notenboer kun je daarvan profiteren. Anders haal je de zonnebloempitten gewoon bij de biowinkel.

De twee grootste voordelen van zonnebloempitten zijn dat ze erg gezond zijn én haast niks kosten. Ze bevatten veel eiwit maar ook veel vet. Dus niet teveel van eten als je op de lijn let. 

Daarnaast zitten er allerlei goeie microvoedingsstoffen in, zoals vitamines D, B complex en E (goed voor je hart en ogen) en mineralen als magnesium en zink (goed voor het seksleven). 

Er zit ook pectine in, dat het vermogen heeft radioactief residu aan zich te binden. Zorg er dus voor dat je altijd een voorraadje in huis hebt in verband met de  aanstaande zombie-apacalyps. 

Daarover gesproken: als je veel last hebt van mindless-snacking dan zou ik ervoor oppassen teveel te maken. Ze gaan gegarandeerd in één keer op, ongeacht hoeveel je ervan maakt.

Hoe maak je Umami Zonnebloempitten?

Benodigdheden:

dunne Japanse of Chinese sojasaus

zonnebloempitten

Bereidingswijze:

Rooster de zonnebloempitten in een droge koekenpan tot ze goudbruin zijn. Zet het vuur uit en voeg direct de sojasaus toe en roer zodat de zonnebloempitjes allemaal met de sojasaus bedekt worden. De pan is nog zo heet dat het vocht uit de sojasaus vrijwel direct verdampt en een dun laagje sojazout op de zonnebloempotjes achterblijft

Leave a Reply

Pin It on Pinterest

Share This